Inleiding

Het Longfonds (voorheen Astma Fonds) subsidieert wetenschappelijk onderzoek naar longziekten. Wetenschappelijk onderzoek is essentieel bij het voorkomen, genezen en behandelen van longziekten. Daarom stelt het Longfonds jaarlijks tenminste 25% van de bruto inkomsten beschikbaar voor wetenschappelijk onderzoek.

Niet alle doelen zijn in één keer te bereiken. Daarom werkt het Longfonds met thema’s die door het fonds, haar achterban (mensen met een longziekte), onderzoekers en zorgverleners zijn aangegeven als prioriteit. Het Longfonds richt zich op het voorkómen van longziekten, de vroegere opsporing ervan, betere zorg en behandeling en een gemakkelijker en prettiger leven voor longpatiënten en het herstellen van kapot longweefsel. In 2016 zet het Longfonds zich opnieuw in voor het behoud van excellent onderzoekstalent en biedt subsidiemogelijkheden voor deze groep veelbelovende, toponderzoekers aan. Voor al het onderzoek geldt nog steeds dat het relevant moet zijn voor longpatiënten. Patiëntenperspectief en de betrokkenheid van patiënten in wetenschappelijk onderzoek blijft daarom een belangrijk aandachtspunt.

Subsidies worden toegekend aan onderzoeksprojecten met de hoogste wetenschappelijke kwaliteit en relevantie (voor patiënten en voor de maatschappij). Het Longfonds werkt hiervoor met een peer-review beoordelingssysteem. De wetenschappelijke kwaliteit van het onderzoek is leidend in de beoordeling. Daarnaast weegt relevantie mee. Aan de hand van (inter)nationale beoordelingen van referenten adviseert de Wetenschappelijke Advies Commissie (WAC) het bestuur van het Longfonds over welke onderzoeksprojecten het best beoordeeld zijn. De WAC bestaat uit vertegenwoordigers van verschillende wetenschappelijke disciplines, zorg en uit patiënten.

Achtergrond onderzoeksbeleid

Het Longfonds (voorheen Astma Fonds) heeft op 7 januari 2013 haar naam gewijzigd. Voor wetenschappelijk onderzoek betekent dit dat vanaf 2013 de volgende ziekten onder het aandachtsgebied vallen: astma, COPD, pulmonale arteriële hypertensie, cystic fibrosis (CF), sarcoïdose en idiopathische longfibrose, peri- en postnatale respiratoire aandoeningen (waaronder Broncho-Pulmonale Dysplasie), niet-CF-gerelateerde bronchiectasieën en respiratoire allergieën in relatie tot astma. Acute respiratoire aandoeningen met lange termijn effecten vallen voorlopig niet onder het onderzoeksbeleid tenzij deze gerelateerd zijn aan één van de genoemde chronische longziekten, zoals luchtweginfecties.

Thema’s voor 2016

Het longfonds werkt met drie hoofdthema’s; het thema ‘Preventie van longziekten’, het thema ‘Zorg en behandeling van longziekten’ en het thema ‘Longweefselherstel’. De onderwerpen binnen de thema’s worden bepaald door de onderwerpen uit de onderzoeksagenda uit 2009 (schema 1). De onderwerpen zijn indicatief. Het Longfonds benadrukt dat ook pathogenetisch onderzoek past binnen de thema’s preventie en behandeling.

Schema 1: Thema’s voor onderzoeksfinanciering Longfonds 2016. Een update van deze onderwerpen september/oktober 2016 plaatsvinden.  

Subsidievormen en budget

Subsidie voor consortia
De grootste onderzoeksubsidies zijn subsidies voor consortia. In een consortium werken minimaal twee, maar idealiter drie instellingen samen, waarbij één van de instellingen als penvoerder optreedt. Een instelling wordt gedefinieerd als:
a) een academische instelling: een universiteit -inclusief het gerelateerde universitair medisch centrum-, NKI of KNAW instituut.
b) een zelfstandig en onafhankelijk bestuurd onderzoek/ of zorgorgaan zoals CBO, TNO, Nivel, RIVM, ziekenhuis of een buitenlandse academische instelling.
Het Longfonds stelt dat een consortium moet bestaan uit tenminste twee Nederlandse academische instellingen. Verder dient tenminste één medische discipline (klinische afdeling) betrokken te zijn voor de medische relevantie van het onderzoek.

Wanneer het niet mogelijk of voor het onderzoek relevant is om met drie instellingen samen te werken, dan moet dit goed beargumenteerd worden. De Wetenschappelijke Advies Commissie (WAC) laat de kwaliteit van het consortium leidend zijn boven de grootte van het consortium.

De subsidie voor een consortium project is voor een periode van maximaal 5 jaar. Afwijkingen zijn mogelijk, mits deze goed beargumenteerd zijn en een positief advies krijgen van de WAC.

Het Longfonds streeft naar een brede betrokkenheid van Nederlandse onderzoeksinstellingen bij het onderzoek dat wordt gesubsidieerd en wil voorkomen dat het hele onderzoeksbudget naar één instelling gaat. Voor de thema’s ‘preventie’ en ‘zorg/behandeling’ geldt daarom dat per instelling maximaal de helft van het totale onderzoeksbudget van consortiumsubsidies binnen deze thema’s toegekend wordt. Dit is thema en consortium overstijgend en niet gebonden aan het penvoerderschap.

Voor het thema ‘longweefselherstel’ geldt dat binnen dit thema per instelling maximaal de helft van het totale beschikbare budget voor deze ronde toegekend kan worden.

Met name voor de consortiumsubsidies geldt dat utilisatie (van kennis) een belangrijk element voor het Longfonds is: de mogelijkheden dat het onderzoek zo snel mogelijk leidt tot een verbetering van de situatie voor patiënten moeten optimaal worden benut. Daarnaast wordt van de onderzoekers verwacht dat ze samenwerken met de Longfonds teams voor fondsenwerving en communicatie.

Meer informatie over de procedures, criteria en de tijdslijnen van deze subsidievormen zijn te vinden in de uitwerking van de subsidievorm voor onderzoek-consortia.

Persoonlijke subsidie voor junior onderzoekers

Naast de financiering van onderzoeksconsortia blijft het Longfonds investeren in junior onderzoekstalent (binnen 5 jaar na promotie). Het Longfonds stelt in 2065 drie persoonlijke onderzoeksubsidies van maximaal €200.000 ter beschikking. Deze subsidievorm biedt onderzoekers de mogelijkheid om gedurende drie jaar hun wetenschappelijke ideeën verder te ontwikkelen en een eigen onderzoek-niche te creëren. Buitenlandervaring vooraf- of tijdens de subsidiebenutting strekt tot de aanbeveling. Dit onderdeel wordt zwaar meegewogen in de beoordeling.

Meer informatie over de procedures, criteria en de tijdslijnen van deze subsidievormen zijn te vinden in de uitwerking van de subsidievorm voor persoonlijke subsidies.

Monitoren van onderzoek

Het onderzoek dat het Longfonds subsidieert, wordt inhoudelijk en procesmatig gedurende de looptijd gemonitord. Onderzoekers dienen daarvoor regelmatig voortgangsrapportages op te stellen. De voorwaarden die per subsidievorm gelden, worden bij de subsidietoekenning meegestuurd. De beoordeling en het advies over de voortgang van onderzoeksprojecten wordt door de Wetenschappelijke Advies Commissie gedaan.

Toepassing/ impact

Het Longfonds wil het belang van wetenschappelijk onderzoek onder de aandacht brengen van algemeen publiek en donateurs. Met acceptatie van de subsidie geven onderzoekers tevens aan hun medewerking te zullen verlenen aan de communicatie over en disseminatie van onderzoeksresultaten. Deze informatie dient als input voor marketing en fondsverwerving.
 

'mijn droom is dat we in de toekomst beter begrijpen waarom een kwetsbaar orgaan, zoals de longen, ziek wordt'

Prof. Dr. Dirkje S. Postma
UMCG

Gratis nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over subsidies, zorg en onderzoek naar astma, COPD en andere longziekten.