Cardiale functie verbeteren kan ook inspanningsvermogen bij COPD verbeteren

    Boerrigter, B. | Vrije Universiteit Amsterdam | 20 september 2013 |

Verbetering van de cardiale functie bij mensen met COPD kan tevens het inspanningsvermogen van deze groep patiënten verbeteren. Dat concludeert Bart Boerrigter van het VUmc in zijn promotieonderzoek.

Een van de belangrijkste klachten van patiënten met COPD is een verminderd vermogen tot het leveren van lichamelijke inspanning. Zij ervaren daardoor een beperking van de dagelijkse activiteiten. Het is daarom voor onderzoekers van belang om factoren in kaart te brengen die bijdragen aan het slechte inspanningsvermogen van deze patiënten en strategieën te ontwikkelen hoe het inspanningsvermogen kan worden verbeterd.

Slagvolume belemmerd

Boerrigter spitste zijn onderzoek toe op de cardiale functie, het hartminuutvolume bij COPD. Omdat veel mensen met COPD te maken hebben met pulmonale hypertensie, is het slagvolume tijdens uitademing belemmmerd. Elk van de beide kamers van het hart perst normaal gesproken per slag 50 tot 70 ml bloed uit; deze hoeveelheid is het slagvolume van het hart. Bij inspanning werkt het hart sneller. De kamers zetten tijdens de diastole, de ontspanningsfase, verder uit en kunnen dus meer bloed bevatten en krachtiger samentrekken. Het slagvolume kan daardoor verveelvoudigen. Dit mechanisme kan bij COPD minder goed werken. Dat komt doordat bij pulmonale hypertensie, waarbij er sprake is van een te hoge druk in de longslagaders, de bloedflow terug naar het hart verminderd is. Niet alleen in rust, maar ook bij inspanning.

Drukverlaging

Boerrigter vond tijdens zijn onderzoek bij 21 patiënten met COPD aanwijzingen voor een significant effect van de te hoge druk in de longslagaders tijdens uitademing op de cardiale functie. Daarom onderzocht hij of het hartminuutvolume kon worden verbeterd door de druk in de longslagaders tijdens rust te verlagen. Dat was inderdaad het geval, maar de verbetering hield geen stand tijdens inspanning. Een kleine verandering in de intrathoracale druk (de druk in de longslagaders) is dus niet genoeg om het slagvolume tijdens inspanning te verbeteren, aldus Boerrigter. In eerdere onderzoeken werd het lagere slagvolume bij mensen met COPD vooral toegeschreven aan een verhoogde belasting van het rechterventrikel in het hart, een gevolg van pulmonale hypertensie. Boerrigter toont in zijn proefschrift aan dat ook een (onder)vulling van de rechterventrikel een belangrijke rol speelt. Toekomstig onderzoek zou dan ook gericht moeten zijn op het verbeteren van de vulling van de rechterventrikel, stelt de promovendus. Dit zou kunnen door het verlagen van de intrathoracale druk. Een andere mogelijkheid is het verhogen van de veneuze druk – de bloedflow – door het gebruik van diuretica (‘plaspillen’) bij stabiele COPD-patiënten te verminderen.

Vaatverwijdende medicatie

Een belangrijke conclusie van het proefschrift is dat er een subgroep van COPD-patiënten is bij wie de pulmonale hypertensie bepalend is voor het inspanningsvermogen. In deze groep kan behandeling van de (ernstige) pulmonale hypertensie leiden tot een beter inspanningsvermogen. Boerrigter wijst daarbij op het belang van toekomstig wetenschappelijk onderzoek met vaatverwijdende medicatie bij deze patiëntengroep.

Deze samenvatting is geschreven door wetenschapsjournalist Aliëtte Jonkers. 

 

Keyword: COPD longemfyseem hart cardiale functie pulmonale hypertensie

Terug naar het overzicht

Gratis nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over subsidies, zorg en onderzoek naar astma, COPD en andere longziekten.