De invloed van CFTR-herstellende therapie op het microbioom in de longen

    Bos, L.D.J | AMC Amsterdam | 31 maart 2017 | 5.2.16.126JO

Als gevolg van een genetisch defect in het CFTR-gen ontstaat in de longen van patiënten met cystic fibrose een ophoping van (taai) slijm en ook een toegenomen (pathogene) bacteriële kolonisatie. Een recente therapie kan bij sommige patiënten de werking van het defecte CFTR-eiwit bevorderen. Deze studie onderzoekt in hoeverre de behandeling ook van invloed is op de samenstelling van het micro-milieu en het microbioom in de longen van de CF-patiënten. 

Cystic fibrose (CF) ontstaat als gevolg van een aangeboren genetische defect in het gen dat codeert voor het Cystic Fibrosis Transmembrane conductance Regulator (CFTR)-eiwit. Als gevolg van dit defect is de werking van dit eiwit verstoord hetgeen in de longen leidt tot ophoping van (taai) slijm, een toename van de zuurgraad, een verhoogde hoeveelheid (slecht functionerende) neutrofiele granulocyten en een toegenomen kolonisatie door pathogene bacteriële. Dit leidt tot regelmatige , pneumonieën, exacerbaties en progressieve verslechtering van het klinisch beeld van de patiënt. Recent zijn therapieën ontwikkeld die de aanmaak en/of de werking van het CFTR-eiwit bevorderen. Dit leidt bij CF-patiënten met specifiek omschreven mutaties in het CFTR-gen tot een afname van de klachten en een verbetering van de longfunctie. Tot op heden is nog niet onderzocht in hoeverre deze therapieën ook van invloed zijn op het micro-milieu en het microbioom in de longen van de patiënten.

Doel van dit project is om meer inzicht te krijgen in de invloed van deze nieuwe behandeling op het micro-milieu en het microbioom in de longen en de bijdrage daarvan aan de verbeterde longfunctie van de CF-patiënten. Die kennis moet komen uit het nauwgezet volgen van 20 patiënten die gaan starten met de nieuwe vorm van behandeling (een combinatie van de medicijnen ivacaftor en lumacaftor). Vlak voor de start van de behandeling en drie maanden na het begin van de behandeling zal bij alle patiënten door middel van een lavage materiaal uit de longen worden verzameld. Ook wordt op deze tijdstippen sputum verzameld en een longfunctiemeting uitgevoerd. Een genetische analyse van het verkregen materiaal uit de longen zal inzicht geven van de samenstelling van (en veranderingen in) het microbioom gedurende de behandeling. Nadere chemische analyse van het lavage materiaal zal inzicht geven in de specifieke samenstelling van het micro-milieu in de longen, met name de aanwezigheid van stoffen die de groei van bacteriën bevorderen dan wel tegengaan en de producten die door de bacteriën worden uitgescheiden (metaboloom). Door al deze gegevens te combineren zal duidelijk worden welke invloed de behandeling met ivacaftor en lumacaftor heeft op het micro-milieu en het microbioom in de longen van CF-patiënten en hoe de waargenomen veranderingen hierin bijdragen aan het klinische effect van de behandeling.

Deze samenvatting is geschreven door wetenschapsjournalist Marten Dooper.

Keyword: cystic fibrose microbioom ivacaftor lumacaftor

Terug naar het overzicht

Gratis nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over subsidies, zorg en onderzoek naar astma, COPD en andere longziekten.