De strijd tegen alpha-1

    Stolk, J. | Leids Universitair Medisch Centrum | 25 oktober 2013 |

Bij patiënten met alpha-1 maakt de lever te weinig alpha-1 antitrypsine aan. Dit eiwit beschermt tegen enzymen, die bij ontstekingen onder andere longweefsel vernietigen. Recent onderzoek bevestigt eerdere bevindingen dat infusen met eiwit van donoren de afbraak van longweefsel kan vertragen. Andere initiatieven voor nieuwe therapieën richten zich op herstel via stamcellen of met moleculen die de aanmaak van de gewenste eiwitten stimuleren.

Alpha-1 komt uitsluitend voor in landen waar nakomelingen van de Vikingen zich in de loop der jaren hebben verspreid. Onderzoek heeft aangetoond dat het onderliggende genetische defect van deze ziekte, ooit is ontstaan bij deze zeerovers. Ook in Nederland hebben nazaten met de erfelijke aandoening zich gevestigd. Naar schatting lijden hier nu tussen de 5000 en 10.000 mensen aan alpha-1. Zij hebben een tekort aan alpha-1-antitrypsine, doordat dit eiwit in de levercellen verkeerd wordt gevouwen en gaat klonteren. Daardoor komt het nauwelijks in de bloedbaan terecht. Alpha-1 antitrypsine beschermt het lichaam tegen schadelijke enzymen die onder andere longweefsel vernietigen, met uiteindelijk COPD tot gevolg.

Voor patiënten met alpha-1 bestaat er geen afdoende behandeling. Wereldwijd proberen onderzoekers een effectieve therapie te ontwikkelen. Een van hen is Jan Stolk, longarts in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Jaren geleden zorgde hij voor een belangrijke doorbraak in de diagnostiek. Hij ontwikkelde een densitometrie-methode voor de longen. `Omdat het een langzaam voortschrijdende ziekte is, was het met de conventionele diagnostiek niet mogelijk de afbraak van longweefsel bij een relatief kleine groep patiënten te volgen. Bij de densitometrie-methode gebruiken we de digitale data van een CT-scan van de longen. Met onze software kunnen we in feite de longen wegen en daarmee de snelheid van de afbraak.’

Substitutietherapie

De nieuwe meetmethode zette Stolk meteen in om te kijken of substitutietherapie met alpha-1-antitrypsine effect heeft. Hierbij wordt alpha-1-antitrypsine van donoren via infuus aan de patiënt gegeven om zo het tekort aan te vullen. Er was een gunstig effect zichtbaar maar later werd deze bevinding via een Cochrane-analyse van drie gelijksoortige studies onderuitgehaald. Stolk: `Daarna is er een veel grotere studie gedaan, de zogenaamde Rapid-studie, waarvan in mei dit jaar de resultaten tijdens een Amerikaans longartsencongres bekend zijn gemaakt. Aan die studie hebben we zelf niet meegedaan, maar de onderzoekers gebruikten wel onze software. Het bleek dat substitutietherapie de afbraak kan halveren. Natuurlijk kun je daar nog kritisch over zijn, want daarmee is nog steeds niet aangetoond of er ook behoud van longfunctie is. Daarvoor moet je patiënten minstens vijf jaar volgen.’ In een andere studie, de zogenaamde Kamada-studie waaraan vijf landen meedoen, kijken onderzoekers of het zinvol is alpha-1-antitrypsine te inhaleren. Ook hierbij gaat het om eiwit dat gewonnen wordt uit het bloed van donoren. Stolk vertelt dat er nog geen resultaten bekend zijn. `Ik weet niet of een dergelijke toediening zal werken. Uiteraard zou het mooier en handiger zijn dan het geven van infusen.’

Nog mooier zou het volgens de Leidse longarts zijn om beschadigde longen te herstellen. Ook die mogelijkheid onderzoekt hij. Hij richt zich op het toedienen van autologe mesenchymale stamcellen uit het beenmerg van de patiënt, nadat deze buiten het lichaam zijn opgekweekt. Onlangs heeft hij een pilotstudie gedaan bij tien patiënten met emfyseem, die overigens geen alpha-1 hadden. `Deze mensen hebben we cel-infusen gegeven. Dit deden we een maand voordat ze geopereerd moesten worden, waarbij slecht weefsel werd weggehaald. We onderzoeken nu dat weefsel en hopen dat de stamcellen een positief effect hebben gehad. Op dit moment weten we dat nog niet. Ik vermoed over een jaar meer te kunnen vertellen. Uiteraard is het erg aantrekkelijk als we herstel kunnen bereiken. In dat geval zouden we deze therapie kunnen vertalen naar patiënten met alpha-1. Het is aannemelijk dat de behandeling dan ook bij hen werkt. Natuurlijk moeten we dat nog wel apart aantonen.’

Vouwing corrigeren

Een Engels onderzoek, dat inmiddels zo’n tien jaar loopt, krijgt volgens Stolk ineens extra potentie omdat een farmaceutisch bedrijf de verdere ontwikkeling op zich heeft genomen. Fase II studies -een soort pilotstudies - worden binnen 12 maanden afgesloten. Het betreft moleculen die de verkeerde vouwing van het eiwit moeten corrigeren in de lever. Stolk licht toe dat het eiwit volgens dit concept niet zal klonteren en daarmee wel in de bloedbaan terechtkomt. `Er wordt gedacht aan een pil of infuus. Het middel moet in ieder geval de lever bereiken. Het zou mooi zijn als je op die manier de afbraak van longweefsel een halt kunt toeroepen.’

Dit artikel is geschreven door wetenschapsjournalist John Ekkelboom.  

 

Keyword: alpha-1

Terug naar het overzicht

Gratis nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over subsidies, zorg en onderzoek naar astma, COPD en andere longziekten.