Effecten van roken en inhalatiemedicatie op klinische en pathologische COPD-parameters

    Kunz, L.I.Z. | Universiteit Leiden | 3 maart 2017 |

Lisette Kunz onderzocht de effecten van sigarettenrook en inhalatiecorticosteroïden op luchtwegontsteking bij patiënten met COPD. Als parameters voor luchtwegontsteking focuste ze op twee typen macrofagen (Mf1 en Mf2) die een belangrijke rol spelen bij ontsteking tijdens COPD. Ook keek ze naar veranderingen in de structuur van de luchtwegwand.

COPD is een heterogene ziekte met verschillende subgroepen van patiënten. Een van de verschillen schuilt in bepaalde cellen van het aangeboren afweersysteem, namelijk de macrofagen. Deze spelen een belangrijke rol bij ontstekingsprocessen en dus ook in de luchtwegen van COPD-patiënten. Er zijn diverse soorten macrofagen, waaronder de ontstekingsopwekkende Mf1 (pro-inflammatoir) en ontstekingsremmende Mf2 (anti-inflammatoir). Kunz bestudeerde de effecten van roken en inhalatiecorticosteroïden op deze macrofagen-fenotypes. Voor dit promotieonderzoek gebruikte ze data en samples (bronchiale biopten, sputum) van COPD-patiënten afkomstig uit de GLUCOLD-studie.

Effect van roken op macrofaagfenotypes

Kunz richtte zich op een aantal onderzoeksvragen. De eerste luidde: is er een verschil in het fenotype van macrofagen in sputum en bronchiale monsters (longspoeling) tussen rokende en ex-rokende COPD-patiënten? Uit het onderzoek van Kunz blijkt dat stoppen met roken zorgde voor een verschuiving naar het Mf2-type in de perifere luchtwegen, maar stoppen met roken had geen effect op de Mf1-niveaus in het sputum. Perifere luchtwegen bleken meer Mf2-macrofagen te bevatten in vergelijking met centrale luchtwegen.

Structurele veranderingen in de luchtwegen

Het is bekend dat roken structurele veranderingen kan veroorzaken in de extracellulaire matrix (ECM) van de luchtwegen. Kunz toetste de vraag: ontstaan er een structurele veranderingen in de luchtwegwand na roken en na langdurig gebruik van inhalatiecorticosteroïden bij COPD? Ze onderzocht bronchiale biopten van rokers en ex-rokers met COPD maar vond in deze biopten geen verschillen in ECM-componenten. Kunz vond wel dat inhalatiecorticosteroïden leidden tot een verhoging in de depositie van sommige ECM-eiwitten in de luchtwegen. Dit ging samen met een verbeterde longfunctie. Dit suggereert dat een achteruitgang in de structuur van de luchtwegen wordt voorkomen.

Het effect van inhalatiecorticosteroïden

In een subgroep van COPD-patiënten remmen inhalatiecorticosteroïden de aftakeling van de longfunctie en verminderen luchtwegontsteking. Kunz onderzocht wat er gebeurt wanneer COPD-patiënten stoppen met langdurig gebruik (2,5 jaar) van deze medicatie. Dit bleek een terugval te veroorzaken in de longfunctie en ook nam de luchtwegontsteking toe. Deze resultaten suggereren dat de voordelen van de medicijnen niet aanhouden na het stoppen van de behandeling.

Nieuwe marker YKL-40

Kunz heeft ook een nieuwe marker voor Mf1 getest, genaamd YKL-40 en gekeken of deze werkt bij in vitro gekweekte macrofagen en in serum en sputum van COPD-patiënten. Langetermijngebruik van inhalatiecorticosteroïden veranderde niet de niveaus van Mf1 in sputum en serum.
 

Keyword: COPD macrofagen luchtwegen remodellering extracellulaire matrix inhalatiecorticosteroïden

Terug naar het overzicht

Gratis nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over subsidies, zorg en onderzoek naar astma, COPD en andere longziekten.