MAPS: de microbioom in astma preventie studie

    Schee, dr. Marc p. van der | Emma Kinderziekenhuis, AMC | 22 januari 2015 | 4.214.068JO

In en op het menselijk lichaam krioelt het van de bacteriën. De precieze hoeveelheid en samenstelling van dit zogeheten microbioom speelt een rol bij (de preventie van) ziekte. Inmiddels is aangetoond dat in de neus van kinderen met astma andere bacteriesoorten huizen dan in de neus van kinderen zonder astma. Doel van dit project is na te gaan welke bacteriesoorten in de neus mogelijk beschermend werken tegen het krijgen van astma. Deze bacteriën zouden de basis kunnen vormen van een preventief vaccin tegen astma.

Naast de circa 10E14 (10.000 miljard) lichaamseigen cellen waaruit het lichaam bestaat, draagt een mens ook nog ongeveer 10E15 bacteriën in en op zijn of haar lichaam mee. Samen zijn die bacteriën goed voor 1 tot 3% van het gewicht van een mens. De afgelopen jaren is in toenemende mate duidelijk geworden dat die bacteriën niet passief zijn. Er vindt voortdurend een interactie plaats tussen de mens en zijn ‘microbioom’, zoals het geheel aan bacteriën in en op het lichaam genoemd wordt. Eveneens is duidelijk geworden dat de precieze samenstelling van het microbioom van belang is voor de gezondheid. Diverse aandoeningen zijn inmiddels in verband gebracht met de aanwezigheid van een afwijkend microbioom. Zo blijkt het microbioom onder ander van invloed op de rijping en activiteit van het immuunsysteem.

Voortbordurend op de hygiëne hypothese heeft Marc van de Schee inmiddels aangetoond dat het microbioom hoogstwaarschijnlijk ook betrokken is bij het ontstaan van astma en allergie op jonge leeftijd. Kinderen met een hoog risico op het ontwikkelen van astma en allergie blijken in hun neus een ander microbioom te hebben dan kinderen zonder verhoogd astma- en allergierisico. Het microbioom van de kinderen met een verhoogd astmarisico bevat minder bacteriën en bestaat uit minder bacteriesoorten dan het microbioom van kinderen zonder verhoogd astmarisico.

Doel van dit project is om de microbiomen van kinderen met en zonder astma nader te karakteriseren en na te gaan in hoeverre manipulaties van het microbioom op jonge leeftijd de kans op het ontwikkelen van astma kunnen verkleinen. Hiervoor wordt het neusmicrobioom in kaart gebracht bij kinderen uit twee geboortecohorten (EUROPA-cohort, n = 243; CHILD-cohort, n=100). Bacteriesoorten die wel voorkomen in het microbioom van kinderen die geen astma hebben ontwikkelt en niet voorkomen in het microbioom van kinderen die wel astma hebben ontwikkeld, hebben mogelijk een beschermende werking tegen het ontwikkelen van astma, zo is de gedachte achter dit onderzoeksproject. Om dat laatste te testen worden deze ‘goede’ bacteriesoorten in vitro in contact gebracht met het immuunsysteem van kinderen met astma. Dit moet uitwijzen of deze ‘goede’ bacteriën in staat zijn de activiteit van het immuunsysteem zodanig te beïnvloeden dat dit meer overeenkomt met de activiteit bij kinderen zonder astma.

Indien het mogelijk blijkt met behulp van specifiek omschreven bacteriestammen het afweersysteem in een ‘niet-astma’-conditie te sturen, kan een ‘inoculatie’ van de neus met ‘goede’ bacteriën getest worden als preventie methode om het ontwikkelen van astma te voorkomen.

Deze samenvatting is geschreven door wetenschapsjournalist Marten Dooper.

Keyword: astma microbioom preventie

Terug naar het overzicht

Gratis nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over subsidies, zorg en onderzoek naar astma, COPD en andere longziekten.