Rol van macrofagen bij astma en mogelijke therapie

    Draijer, C. | Rijksuniversiteit Groningen | 22 juli 2016 |

Medicijnen voor astma bestrijden symptomen maar pakken niet de kern van de ziekte aan, namelijk de chronische ontsteking van de luchtwegen. Christina Draijer onderzocht hoe macrofagen bijdragen aan deze chronische ontstekingen. En of ze een aangrijpingspunt kunnen zijn voor nieuwe behandelopties voor astma.

Macrofagen spelen een belangrijke rol in het afweersysteem van de longen. Er zijn drie vormen macrofagen met verschillende functies in de longen: M1-macrofagen bestrijden micro-organismen, M2-macrofagen herstellen beschadigd weefsel en M2-achtige macrofagen remmen ontstekingen. De vraag is of deze macrofagen bijdragen aan de chronische ontsteking in de longen bij astma. Als dat zo is, vormen ze een interessant doelwit voor nieuwe behandelstrategieën. Promovendus Christina Draijer zocht dit uit. Hiervoor gebruikte ze muismodellen van astma en longbiopten van astmapatiënten.

Disbalans in typen macrofaag

Het onderzoek liet zien dat bij astma, in vergelijking met gezonde controles, meer M1- en M2-macrofagen in de longen zitten en minder M2-achtige macrofagen, terwijl dit type macrofaag juist belangrijk is voor het remmen van ontstekingen. Dit bleek zowel bij de muismodellen als het longweefsel van astmapatiënten. Bij de muismodellen kwam nog een onderscheid naar voren tussen niet-allergisch en allergisch astma: de muizen met niet-allergisch astma hadden vooral meer M1-macrofagen in de longen, terwijl muizenlongen met allergisch astma meer M2-macrofagen vertoonden.
De studies met humane longbiopten lieten zien dat patiënten behandeld met inhalatiecorticosteroïden over het algemeen meer ontstekingsremmende M2-achtige macrofagen bleken te hebben dan onbehandelde patiënten. Ook bleek de longfunctie slechter te zijn naarmate er meer M1-macrofagen in het longweefsel te vinden waren. Tegelijkertijd kwamen meer M2-achtige macrofagen juist voor bij patiënten met een betere longfunctie.

Tweezijdige rol van M2-macrofagen

Uit voorgaande muizenexperimenten concludeert Draijer dat M2-macrofagen bijdragen aan de ontsteking in astma en niet alleen maar voortkomen uit de ontsteking. Ze heeft onderzocht of het zin heeft om het ontstaan van M2-macrofagen in het muismodel van allergisch astma te remmen. Deze aanpak blijkt weliswaar de allergische, eosinofiele ontsteking te remmen maar leidt ook tot meer neutrofiele ontsteking met meer M1-macrofagen en meer hyperreactiviteit. Dit betekent dat M2-macrofagen een tweezijdige rol spelen bij allergisch astma.

Andere ziekten

Het direct remmen van M2-macrofagen heeft dus niet het gewenste effect. Draijer testte daarom ook een andere strategie: het verhogen van het aantal M2-achtige macrofagen in de astmatische long om zo de ontwikkeling van zowel M1- als M2-macrofagen te onderdrukken. Deze aanpak gaf een beter effect; het leidde tot algeheel minder ontsteking in de longen.
Draijers bevindingen bieden niet alleen interessante therapeutische opties voor astma maar is ook relevant voor andere ziekten. Een disbalans in macrofaagtypen komt namelijk ook voor bij bijvoorbeeld COPD, longfibrose en leverfibrose.

Keyword: Astma macrofagen afweer longen astmatherapie

Terug naar het overzicht

Gratis nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over subsidies, zorg en onderzoek naar astma, COPD en andere longziekten.