Subtypes van dendritische cellen spelen belangrijke rol bij allergisch astma

    Plantinga, M. | Universiteit Gent | 6 december 2013 |

Dendritische cellen spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van allergisch astma. Post-doc onderzoeker Maud Plantinga identificeerde verschillende subtypes van deze cellen die zowel in rust als ontsteking aanwezig zijn en elk andere functies vervullen.

Wetenschappers weten nog steeds niet precies wat de oorzaak is van astma. Maud Plantinga wilde in haar promotie-onderzoek meer opheldering verschaffen over de rol van dendritische cellen bij het ontstaan van allergisch astma. Dendritische cellen functioneren als de ‘douane’ van het lichaam: ze scannen alles wat het lichaam probeert binnen te dringen. Binnendringers presenteren ze aan het immuunsysteem, in het bijzonder aan T-lymfocyten. Deze T-cellen kunnen vervolgens door de ‘douane’ een bepaalde richting opgestuurd worden, bijvoorbeeld om geïnfecteerde cellen op te ruimen of om hulp te bieden bij het tegengaan van een ontsteking. Daarnaast zijn er ook T-cellen die sterk geactiveerde cellen kunnen onderdrukken. Dendritische cellen kennen eveneens een specialisatie en zijn te verdelen in verschillende subpopulaties, die Plantinga – die haar onderzoek uitvoerde aan de Universiteit van Gent maar nu als post doc onderzoeker werkzaam is bij het UMC Utrecht – nader wist uit te splitsen.

Ander type cel bij ontsteking

Wanneer het immuunsysteem in normale omstandigheden in rust is, kun je dendritische cellen verdelen in plasmacytoïde en conventionele dendritische cellen. Binnen de conventionele dendritische cellen zijn er nog verschillende subtypes te onderscheiden, die specfieke kenmerken of markers op hun celoppervlak meedragen. Het ene subtype draagt de marker CD11b, de andere CD103.
Wanneer er echter een ontsteking in het lichaam ontstaat, komt er nog een ander subtype bij. Nu het mogelijk is om de verschillende dendritische cellen uit elkaar te halen en te identificeren, kunnen onderzoekers meer focussen op de verschillende functies die de subtypes naar alle waarschijnlijkheid hebben, stelt Plantinga in haar proefschrift.

Regulerende en activerende cellen

Om te onderzoeken welke verschillen er zijn in het functioneren van de afzonderlijke subtypes van dendritische cellen, maakte Plantinga gebruik van een allergisch astma-model waarbij er sprake was van een huisstofmijtallergie. Ze koos daarvoor omdat huisstofmijt een veel voorkomend allergeen is bij allergisch astma. De huisstofmijt scheidt bepaalde stofjes af die bij gezonde mensen geen klachten veroorzaakt: het immuunsysteem komt niet in actie. Bij astmapatiënten worden diezelfde stofjes opgenomen door dendritische cellen, de ‘lichaamsdouane’, die ze vervolgens als gevaarlijke indringers aan de T-cellen presenteert. Dat proces noemen we de sentitizatie. Bij een tweede inhalatie van deze stofjes, herkennen de T-cellen de binnendringers en starten ze de zogenaamde effectorfase op: dan kan er een astma-aanval optreden. Uit Plantinga’s onderzoek blijkt dat de subtypes CD11b en monocyten wel in staat zijn te sensitizeren tegen huisstofmijt en een activerende functie hebben. Bij de CD103-cellen is dat niet het geval: die spelen juist een regulerende rol.

Een andere uitkomst van het onderzoek is dat sensitizatie niet alleen via de luchtwegen maar ook via de huid kan plaatsvinden. Met andere woorden: ook als de eerste aanraking met huisstofmijt via de huid plaatsvindt en daarna pas via de longen, is het mogelijk astma te ontwikkelen. Het maakt daarbij niet uit of de huid gezond is of dat er sprake is van eczeem.
 

Keyword: astma allergie dendritische cellen immuunsysteem sensitizatie huisstofmijt

Terug naar het overzicht

Gratis nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over subsidies, zorg en onderzoek naar astma, COPD en andere longziekten.