Variaties in genen vergroten de kans op longfibrose

    Korthagen, N.M. | Universiteit Utrecht | 29 augustus 2012 |

Apoptotische en immunologische merkers voor idiopatische pulmonale fibrose: Veranderende ideeën over de pathogenese.

Variaties in de genen TP53 en CDKN1A vergroten de kans op het krijgen van idiopathische pulmonale fibrose (IPF) en versnellen de achteruitgang van de patiënt. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Nicoline Korthagen. Zij promoveerde op 8 mei 2012 op dit onderwerp aan de Universiteit Utrecht.
 

Idiopathische pulmonale fibrose (IPF) is een ziekte die gekenmerkt wordt door littekenvorming in de longen (fibrose). De fibrosevorming vindt plaats in het interstitium, het weefsel onder het oppervlak van de longblaasjes (alveoli). Normaal is dit weefsel heel dun, zodat zuurstof uit de lucht kan worden opgenomen in het bloed. Maar door de fibrose in het interstitium kan er onvoldoende zuurstof naar het bloed worden getransporteerd. Bij IPF-patiënten is de fibrosevorming chronisch
en voortschrijdend. Daardoor heeft een IPF-patiënt heeft zeer slechte levensverwachting. De meeste patiënten overlijden binnen vier jaar na de diagnose. IPF komt vooral voor bij oudere mannen. Ongeveer 55-80% van de patiënten is man en de gemiddelde leeftijd bij diagnose is 60-65 jaar.

In haar proefschrift beschrijft Nicoline Korthagen dat variaties in genen TP53 en CDKN1A, die betrokken zijn bij celdeling en celsterfte, de kans vergroten om IPF te krijgen. Deze genvarianten versnellen bovendien de achteruitgang van de patiënt.
Ook analyseerde Korthagen enkele eiwitten die betrokken zijn bij de reactie van het immuunsysteem. MRP14 en YKL-40 waren verhoogd in het bloed en de longen van IPF-patiënten en lijken samen te hangen met de mate van fibrose. De niveaus van YKL-40 hingen samen met de levensverwachting van de patiënt. Korthagen wilde merkers vinden die kunnen helpen bij de diagnose van IPF en het voorspellen van de levensverwachting van een patiënt.
Hoewel al bekend was dat de eiwitten p53 en p21 verhoogd aanwezig zijn in de longen van IPF-patiënten, was er nooit eerder een verband aangetoond tussen de genetische variaties en longfibrose. Deze bevindingen kunnen, zo stelt Nicoline Korthagen, daarom bijdragen aan het achterhalen van de oorzaak van IPF.
 

Keyword: longfibrose fibrose IBF

Terug naar het overzicht

Gratis nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over subsidies, zorg en onderzoek naar astma, COPD en andere longziekten.