Zelfmanagement bij chronisch hartfalen en COPD

    Jonkman, N.H. | Universiteit Utrecht | 22 juli 2016 |

Chronisch zieke mensen zouden baat hebben bij zelfmanagement, dat blijkt uit onderzoek. Toch zijn er ook studies die geen positieve effecten kunnen aantonen of zelfs hogere sterfte bij zelfmanagement laten zien. De vraag is welke type interventies het beste werken en welke subgroepen patiënten hier het meeste baat bij hebben. Nini Jonkman zocht dit uit door meta-analyses.

Promovendus Nini Jonkman onderzocht ruwe data van eerdere studies en voegde deze samen tot één grote database. Om te onderzoeken of effecten ziektespecifiek zijn of voor meerdere aandoeningen geldt, voerde Jonkman meta-analyses uit van meerdere studies naar twee chronische ziekten. Het ging in totaal om 5264 patiënten met chronisch hartfalen en 3282 patiënten met COPD.

Chronisch hartfalen

Per aandoening onderzocht ze welke subgroepen het meeste baat hebben bij zelfmanagement-interventies. Voor chronisch hartfalen vond ze de volgende resultaten. Zelfmanagement-interventies bleken voornamelijk effectief om uitkomsten te verbeteren die direct gerelateerd waren aan het hartfalen. Jonkman vond een kleine verbetering van kwaliteit van leven en vermindering van ziekte-gerelateerde ziekenhuisopname of sterfte. Verder lieten haar analyses zien dat jongere patiënten eerder uit het ziekenhuis ontslagen werden nadat ze een zelfmanagement-interventie volgden. De zelfmanagement-interventies hadden echter een negatief effect op de overlevingskans van patiënten met depressieve symptomen.

COPD

In de groep patiënten met COPD vond Jonkman dat zelfmanagement zorgden voor verbetering in kwaliteit van leven en vermindering van ziekenhuisopnamen, maar ze vond geen effect op sterfte. De zelfmanagement-interventies bleken effectiever bij de volgende subgroepen van COPD-patiënten: mannen, patiënten met meer ernstige luchtwegobstructie, zwaarlijvige patiënten en patiënten met een matig vertrouwen in hun eigen vaardigheden. Echter, in geen van deze groepen was het effect consistent over meerdere uitkomsten.

Geen specifieke zelfmanagement voor subgroepen nodig

De subgroepen voor beide aandoeningen (patiënten met chronisch hartfalen of COPD) lieten alleen effecten zien op één of twee uitkomsten. Er is geen bewijs voor een consistent voordeel over verschillende uitkomsten. Jonkman concludeert in haar proefschrift dat zorgprofessionals niet doelgericht zelfmanagement aan specifieke subgroepen patiënten hoeven aan te bieden.

Identificatie effectieve kenmerken

Jonkman heeft de data ook gebruikt om kenmerken van effectieve zelfmanagement-interventies te identificeren. Uit haar analyses blijkt dat een langere duur van interventies leidt tot betere gezondheidsuitkomsten voor beide groepen patiënten. Zo verminderde onder andere het risico op ziekenhuisopname. Tegelijkertijd bleken resultaten niet altijd consistent en haalden de studies weinig effectieve ingrediënten voor zelfmanagement-interventies boven water.

Keyword: COPD zelfmanagement hartfalen kwaliteit van leven ziekenhuisopname sterfte

Terug naar het overzicht

Gratis nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over subsidies, zorg en onderzoek naar astma, COPD en andere longziekten.