Een psychologische interventie bij COPD patiënten die opgenomen zijn

  • Naam promovendus: prof Dr R. Sanderman
  • Instituut Universiteit: Rijks Universiteit Groningen

Een psychologische interventie bij COPD patiënten die opgenomen zijn vanwege een exacerbatie: een RCT om de gezondheidsgerelateerde uitkomsten te verbeteren en mechanismen van verandering te bestuderen. Wij verwachten met dit onderzoek dat we meer te weten komen over de psychologische mechanismen die tijdens en na een exacerbatie bij een COPD-patiënt spelen. Daarnaast hopen we dat het onderzoek zal opleveren dat de door ons geteste psychologische behandeling een verbetering veroorzaakt van kwaliteit van leven en inspanningsvermogen en zal leiden tot minder opnames.

Doel van de studie: Leven met COPD brengt ziekte-gerelateerde belasting met zich mee. In deze studie onderzoeken we de mate van distress (angst/depressie) die COPD-patiënten ervaren, in combinatie met hun fysieke conditie. Daarnaast willen we onderzoeken of een korte psychosociale behandeling (interventie van 6 gesprekken) helpt bij het omgaan met, en zo mogelijk verlichten van lichamelijke en psychische klachten.
Methode: We bieden, vanuit het UMCG en het Martiniziekenhuis, beiden te Groningen, COPD-patiënten twee vragenlijsten aan over psychische en lichamelijke problemen (de HSCL en de CCQ) en vragen daarbij tevens naar een eventuele behoefte aan psychosociale zorg. Bij verhoogde scores vragen we of men in aanmerking wil komen voor een korte psychosociale behandeling. Daarnaast onderzoeken we welke rol partners eventueel spelen in het ondersteunen van de COPD-patiënt. Ook geven we aandacht aan de vraag in hoeverre eventuele andere ziekten naast COPD (co-morbiditeiten) meespelen in het aantal sterfgevallen onder COPD-patiënten.
Resultaten:
- We benaderden 327 COPD-patiënten. Meer dan de helft hiervan (186 patiënten, 57%) rapporteerde psychische klachten op de HSCL; op de CCQ, een lijst voor onder andere lichamelijke klachten bij COPD, scoorde 28% (92 van de 327 patiënten) boven de gehanteerde grens waarboven we spreken van een verhoogde score die op aanwezigheid van problemen wijst. In het algemeen was er weinig behoefte aan psychosociale hulp, in totaal bij 10% van de patiënten; daarnaast gaf 12% aan reeds professionele hulp te hebben.
- Al met al deden 41 patiënten (12,5%) mee aan de het interventie-onderzoek; door loting kwamen 25 patiënten in de behandeling en 21 patiënten in de controlegroep (dit wordt gedaan om uitkomsten tussen wel-niet behandelen te kunnen vergelijken). Helaas kon bijna de helft van de patiënten in de behandel-groep de behandeling niet afmaken (44%, 11 patiënten), door medische redenen of omdat het te belastend was. Vanwege deze lage aantallen is de effectiviteit van de psychosociale behandeling niet vast te stellen.
- Met betrekking tot partnersteun vonden we dat wanneer de partner over-beschermend is, de patiënt hogere distress-scores laat zien.
- In een eerder onderzochte groep (224 COPD-patiënten, UMCG) bleek dat 56% tevens andere medische aandoeningen had en 28% hoge depressie-scores rapporteerde. Gemiddeld 4 jaar na de eerste metingen was de helft van de patiëntengroep (51%) overleden, waaronder vooral patiënten met een slechte conditie en hartfalen naast COPD (75% overleed in de onderzoeksperiode).
Conclusie: Een meerderheid van de onderzochte COPD-patiënten ervaart verhoogde distress (angst/depressie); er is echter weinig behoeft aan psychosociale hulp. Hierdoor hebben we de eventuele effectiviteit van de voorgestelde behandeling niet kunnen vaststellen. Over-beschermend partnergedrag hangt samen met hogere distress-levels. Het overlijdensrisico bij COPD is vrij hoog, met name voor mensen met hartfalen naast COPD.
Praktische implicaties:
Hoewel er wel bij veel COPD-patiënten psychische problemen spelen, lijkt men als groep weinig geneigd hiervoor aandacht te vragen. Het is de moeite waard verder te onderzoeken hoe dit komt en wat dan wel passende hulp zou kunnen zijn. Daarnaast lijkt het, in verband met overlevingskansen en overlijdensrisico, belangrijk expliciet aandacht te geven aan gezond leven, bijvoorbeeld door gezonde voeding en werken aan een optimale conditie.

Abstract

The aim of the study was to explore and improve psychosocial care for patients suffering COPD and to investigate predictors and consequences of high distress levels. Firstly, we investigated distress levels and concordant needs for psychosocial care in COPD patients using screening questionnaires, for distress (HSCL-25) and for health status (CCQ). Although high distress levels were found in our sample of 327 COPD outpatients, only few patients endorsed an unmet need for psychosocial care. Therefore a discussion is needed on the aim and efficiency of routine screening for distress in COPD care. Next, we evaluated the effectiveness of a psychological intervention in a randomized controlled trial in COPD patients. Currently, the data set is complete and the results are in preparation; we expect to present the results in 2014. Furthermore, we investigated concordance/discrepancies between COPD patients’ and their partners’ perceptions of (un-)supportive partner relationship behavior. The results show that patients’ distress was associated with patients’ perceptions, but also with discrepancies between patients’ and partners’ perceptions of unsupportive partner behavior. Moreover, we evaluated several predictors of all-cause mortality in patients with COPD with depressive symptoms or comorbid medical conditions. We found that the presence of comorbidities is not related to survival. However, heart failure seems to have a detrimental effect on survival. Higher age and lower exercise capacity or fat-free mass did predict mortality. A sidetrack of our research was working on a paper about the cross-cultural use of the Hospital Anxiety and Depression Scale (HADS).

  • Bedrag:
    -225.926,00
  • Looptijd:
    5 jaar, 7 maanden
  • Soort subsidie:
    Research Project
  • Andere aanvragers/partners:
    De heer G. Pool
    Dr J.B. Wempe
  • Projectnummer:
    3.4.06.087