Is er een associatie tussen vroege blootstelling aan gebromeerde vlamvertragers via huisstof en de o

  • Naam promovendus: Dr L.S. van Rijt
  • Instituut Universiteit: Leonie van Rijt

We willen de volgende hypothese onderzoeken: is vroege blootstelling aan gebromeerde vlamvertragers via huisstof geassocieerd met het ontwikkelen van allergisch astma? Huisstof bevat veel allergenen, naast huisstofmijt- kunnen ook kat-, hond-, voedsel- of schimmelallergenen aangetoond worden. Het immuunsysteem van een kind wordt via het huisstof blootgesteld aan deze allergenen maar tegelijk aan de vlamvertragers. Deze vlamvertragers kunnen bijdragen aan de sensitisatie aan allergenen.

De rol van vervuilende stoffen binnenshuis op de ontwikkeling van allergisch astma
Allergisch astma is de laatste decennia enorm toegenomen en openbaart zich vaak al in de vroege levensjaren. Sensitiatie voor allergenen is een grote risicofactor voor het ontwikkelen van allergisch astma. Het is nog onbekend waarom allergenen door het immuunsysteem worden gezien als schadelijke indringers waartegen een allergische immuunrespons wordt opgewekt in plaats van tolerantie. Er is steeds meer bewijs dat luchtvervuiling bij kan dragen aan de ontwikkeling van astma. Maar, luchtvervuiling binnenshuis is veel minder onderzocht.
Vlamvertragers, zoals gebromeerde vlamvertragers, worden toegevoegd aan veel goederen, zoals kleding en elektronische apparaten, om de brandveiligheid te verhogen. Deze vlamvertragers komen uiteindelijk in het huisstof terecht en vormen een aanzienlijke vervuiler binnenshuis. De concentraties vlamvertrager die in het huisstof worden aangetroffen, volgen hetzelfde patroon in het serum van de bewoners van het huis waarin stof verzameld is. Kinderen worden al heel vroeg blootgesteld aan deze stoffen; ze zijn aangetroffen in vruchtwater, navelstrengbloed en in moedermelk. De grootste blootstelling in peuters komt echter via huisstof zelf, via inademing, onbedoelde consumptie en absorptie via de huid.
Huisstof bevat veel allergenen, naast huisstofmijt- kunnen ook kat-, hond-, voedsel- of schimmelallergenen aangetoond worden. Het immuunsysteem van een kind wordt via het huisstof blootgesteld aan deze allergenen maar tegelijk aan de vlamvertragers. Deze vlamvertragers kunnen bijdragen aan de sensitisatie aan allergenen. In onze eerste dierproeven in een muizenmodel voor astma komt naar voren dat vlamvertragers de astmasymptomen kunnen verergeren door een effect op de aansturende cellen van het immuunsysteem; de dendritische cellen. Daarnaast wordt er ook meer van het cytokine IL-17A geproduceerd wat geassocieerd wordt met meer ernstig astma in mensen en met luchtweghyperreactiviteit in muizen.

Doel:
We willen de volgende hypothese onderzoeken: is vroege blootstelling aan gebromeerde vlamvertragers via huisstof geassocieerd met het ontwikkelen van allergisch astma?

Methode:
In een Zweeds geboortecohort (BAMSE; “kinderen” in het Zweeds) zijn meer dan 4000 kinderen gevolgd op het ontwikkelen van allergische aandoeningen. De 106 kinderen die allergisch astma bleken hebben ontwikkeld, zijn uit dit cohort geselecteerd. In hetzelfde geboortecohort zullen controle kinderen zonder allergisch astma worden geselecteerd die vergelijkbaar zijn qua sociaal economische status, geslacht, blootstelling aan allergenen en de allergische geschiedenis van de ouders. Bij alle kinderen in het cohort is 3-4 maanden na de geboorte huisstof verzameld.
In deze huisstofmonsters willen we de concentratie gebromeerde vlamvertragers bepalen die het meest worden aangetroffen in mensen. Met een chemische methode (GC-MS en LC-MS) zal de concentratie van BDE-47, BDE-99, BDE-153, BDE-209, TBBP-A en HBCD bepaald worden in alle stofmonsters. Er zal onderzocht worden of stofmonsters verzameld in huizen van allergisch astmatische kinderen meer gebromeerde vlamvertragers bevatten of dat de verdeling van de afzonderlijke vlamvertragers verschillend is. Deze studie kan een niet eerder erkende risicofactor in het binnenhuis milieu voor de ontwikkeling van allergisch astma ontdekken.

Abstract

Role for indoor pollution in development allergic asthma:
Allergic asthma has increased epidemically over the last decades, usually already manifesting during early childhood. Allergic sensitisation is a major risk factor for asthma. For unknown reasons, harmless environmental and dietary proteins induce specific IgE antibodies in susceptible subjects in stead of being tolerated. There is accumulating evidence that outdoor pollutants can contribute to the development of asthma. However, indoor pollution has received very little attention.
Brominated flame retardants (BFRs) are added to combustible materials, to minimise the flammability and to meet fire safety legislations. These BFRs end up in house dust and form a considerable indoor-pollutant. The concentration and profile of BFRs in house dust are reflected in serum of the inhabitants. Children are exposed very early in life to BFRs; they have been detected in amniotic fluid, cord blood and breast milk. The main exposure of toddlers is via contact with house dust (inhalation, skin and/or unintended ingestion).
House dust contains many potential allergens, in particular from house dust mites and pets (cat, dog) but also from food and moulds. Therefore, the immune system of a child is co-exposed to allergens and BFRs in house dust. In a mouse model for asthma, we have obtained preliminary evidence that BFRs have an immuno-modulatory effect on dendritic cells, resulting in more robust Th2 sensitization and enhanced IL-17A, which is associated with increased airway hyperreactivity in animal asthma models. We hypothesize that early co-exposure to BFRs and allergens in house dust facilitates allergic sensitisation and promotes progression to allergic asthma.

Aim:
To evaluate in a well-characterized birth cohort whether development of allergic asthma is positively associated with early exposure to brominated flame retardants in house dust.

Methods:
In a Swedish birth cohort (BAMSE), more than 4000 children were followed for the development of asthma up to 8 years. Based on answers in the questionnaire and specific IgE measurements, 106 children have been identified as allergic asthma cases when children: 1) had suffered from > 3 three episodes of wheezing in the last year preceding evaluation at age 4 and at age 8 or at age 8 only and 2) had specific IgE in serum for common environmental allergens. House dust samples were collected at 3-4 months after birth. An equal number of controls (without sensitisation/no asthma) matched for socio-economic status, sex, exposure to allergens and genetics will be selected from the same cohort.
House dust samples will be analysed by GC-MS and LC-MS for the presence of the most important BFRs, i.e. BDE-47, BDE-99, BDE-153, BDE-209, TBBP-A, and HBCD. Their concentration and profile of BFRs will be evaluated as risk factors for development of allergic asthma using multiple regression analysis.

  • Bedrag:
    -80.630,00
  • Looptijd:
    11 maanden en 29 dagen
  • Soort subsidie:
    Research Project
  • Andere aanvragers/partners:
    De heer R. van Ree
    Dr P. Leonards
  • Projectnummer:
    3.2.12.062