Fysieke en emotionele maternale stressfactoren tijdens de zwangerschap en de ontwikkeling van respir

  • Naam promovendus: Dr P.J.F.M. Merkus
  • Instituut Universiteit: Universitair Medisch Centrum Nijmegen St. Radboud

Het doel van dit onderzoek is de relatie te bestuderen tussen maternale fysieke en emotionele stress en de ontwikkeling van respiratoire morbiditeit op de kinderleeftijd, de relatieve bijdragen van deze stressfactoren, en hun interactie na correctie voor vele confounders. Door de omvang van de PRIDE Study is dit waarschijnlijk een eenmalige en unieke kans om te onderzoeken wat de rol is van fysieke en emotionele stress op de ontwikkeling van respiratoire morbiditeit op de kinderleeftijd.

Het prenatale milieu van de foetus is cruciaal voor optimale ontwikkeling van de long: deze ontwikkeling wordt “geprogrammeerd” tijdens deze specifiek gevoelige periode. Blootstelling aan factoren zoals hormonen, allergenen, toxines zoals nicotine en luchtvervuiling, maternale medicatie, kwaliteit en kwantiteit van de voeding, placenta perfusie, en mechanische factoren kunnen een negatief effect hebben op de longgroei of het risico op astma vergroten. Daarnaast zijn er nu ook aanwijzingen dat prenatale maternale fysieke en emotionele stress gevolgen kan hebben voor het ontwikkelen van respiratoire morbiditeit bij het kind. De foetale ademhalingsbewegingen, de belangrijkste stimulus voor prenatale longgroei, worden geremd door verhoogde serumspiegels van Prostaglandines. Inmiddels blijkt dat prostaglandines een centrale rol hebben in alle stress reacties van het lichaam via neuro-endocriene routes. Hormonen en neuropeptiden, geproduceerd tijdens stress, zijn betrokken bij regulerende inflammatoire processen en moduleren de hormonale balans. Via dat mechanisme kunnen fysieke en emotionele stress, door complicaties van de zwangerschap of door psychosociale factoren, de prenatale longgroei en/of het foetale immuunsysteem dusdanig beïnvloeden dat dit leidt tot verhoogde kans op respiratoire symptomen of astma op de kinderleeftijd.
Er zijn inderdaad associaties gevonden tussen prenatale maternale infecties en luchtwegproblematiek bij het kind, maar er wordt ook gesuggereerd dat dit verklaarbaar is door maternaal gebruik van paracetamol of antibiotica; dit heeft zelfs geleid tot het advies om het gebruik van deze middelen tijdens de zwangerschap te beperken. Ook maternale stress (angst en depressie) tijdens de zwangerschap lijkt geassocieerd met de ontwikkeling van astma bij het kind. Maar deze studies:(1) laten niet zien wat de relatieve sterkte is van de verschillende associaties, of hoe de interactie is tussen deze factoren;(2) waren retrospectief, met kans op recall bias;(3) hadden onvoldoende power om adequaat te kunnen corrigeren voor alle confounders en traditionele risicofactoren.
De klinische relevantie van de studie is duidelijk: Als de associaties erg sterk zijn en een causale relatie waarschijnlijk is, kunnen duidelijke aanbevelingen tot het vermijden van specifieke stress condities of medicatie leiden tot een vermindering van respiratoire symptomen of astma bij het kind. Maar om de interactie van de verschillende fysieke en emotionele stress condities goed te bestuderen , ook na correctie voor vele confounders, is een zeer grote en kostbare studie nodig. Wij hebben nu de gelegenheid om deze vraagstellingen te onderzoeken door te participeren in de PRIDE (PRegnancy and Infant Development) Study, een uniek en zeer groot prospectief web-based Nederlands cohort onderzoek dat onder 150.000 - 200.000 zwangere vrouwen dat een heel scala aan onderzoeksvragen gaat onderzoeken die betrekking hebben op de gezondheid van moeder en kind.
Het doel van dit onderzoek is de relatie te bestuderen tussen maternale fysieke en emotionele stress en de ontwikkeling van respiratoire morbiditeit op de kinderleeftijd, de relatieve bijdragen van deze stressfactoren, en hun interactie na correctie voor vele confounders. Door de omvang van de PRIDE Study is dit waarschijnlijk een eenmalige en unieke kans om te onderzoeken wat de rol is van fysieke en emotionele stress op de ontwikkeling van respiratoire morbiditeit op de kinderleeftijd.

Abstract

The prenatal environment and prenatal conditions of the fetus are of major importance for optimal development of the respiratory system: the development of the lung appears “programmed” during this specifically sensitive period of early life. Exposures to factors such as hormones, allergens, toxins like nicotine and air pollution, maternal medication or drugs, nutrition, placental perfusion, and mechanical factors may negatively affect lung growth or increase the risks for developing asthma. In addition to these factors, there are now some indications that prenatal physical and psychosocial maternal stress conditions have consequences for respiratory health in childhood as well. Fetal breathing movements, the most important stimulator of prenatal lung growth, are negatively affected by raised maternal blood prostaglandin levels due to fever. It now appears that elevated prostaglandin levels also play a central role in all other stress responses through neuroendocrine pathways. Hormones and neuropeptides released into the circulation during stress are involved in regulating inflammatory processes and modulate hormonal balances. Hence, physical and psychosocial maternal stress factors due to complications of pregnancy or due to psychosocial factors and events may affect lung development, the fetal immune system, or both and may be associated with development of respiratory morbidity in childhood.
Indeed, associations between prenatal maternal infections and risk of wheezing or asthma in early childhood have been reported, but it was also suggested that this is explained by the use of paracetamol or antibiotics. These findings have even led to recommendations to limit the use of these drugs during pregnancy. Also maternal psychosocial stress (anxiety and depression) during pregnancy has been implicated to play a role in the development of asthma. However, these studies: (1) donot demonstrate the relative strengths of the associations and could not evaluate interactions of these risk factors;(2) were retrospective and potentially suffering from recall bias; (3) were underpowered to adequately correct for all confounders and traditional risk factors. The clinical relevance is obvious: if the associations are strong and causal relationships are likely, clear recommendations with respect to avoiding certain drugs or specific stress situations during gestation would reduce the risk of developing childhood respiratory morbidity. However, to adequately assess the interaction of various somatic and psychosocial stress factors while correcting for many confounders, a very large, powerful and expensive study is needed. We now have the opportunity to address this issue by participating in the PRIDE (PRegnancy and Infant Development) Study, a unique and large prospective web-based Dutch cohort study that aims at including 150,000–200,000 women in early pregnancy to study a broad range of research questions pertaining to maternal and child health and adverse developmental effects in offspring.
This study aims to assess the relationship between prenatal maternal physical and psychosocial stress and the development of childhood respiratory morbidity, the relative contribution of these factors, and their interactions after correcting for confounders. Through the study size it is a unique, and probably the only opportunity to unravel the role of prenatal physical and psychosocial stress factors on the development of respiratory morbidity in childhood.

  • Bedrag:
    250.000,00
  • Looptijd:
    10 jaar, 5 maanden en 29 dagen
  • Soort subsidie:
    Research Project
  • Andere aanvragers/partners:
    Dr C.M. Verhaak
    Dr ir C.J.A. Roeleveld
  • Projectnummer:
    3.4.10.007