Respiratoire effecten van emissies afkomstig van intensieve veehouderijbedrijven bij omwonenden

  • Naam promovendus: prof D.J.J. Heederik
  • Instituut Universiteit: Universiteit Utrecht

Onderzoek naar blootstelling aan fijnstof en daarin aanwezige micro-organismen in gebieden met intensieve veehouderij in Brabant en Limburg. Daarnaast wordt gekeken naar aantallen veehouderijbedrijven en dieren rond woningen in relatie tot astma bij bewoners.

Sinds enige jaren vindt in de Nederlandse veehouderij schaalvergroting plaats: het aantal dieren per bedrijf en het aantal megastallen neemt sterk toe. Veel huisartsen, dorps- en gemeenteraden maken zich zorgen over de mogelijke gevolgen van deze schaalvergroting voor de volksgezondheid. De zorgen betreffen een mogelijk verhoogd risico op infectieziekten zoals vogelgriep, Q-koorts of door MRSA, maar ook de risico’s van blootstelling aan fijnstof en gassen zoals ammoniak leiden in toenemende mate tot bezorgdheid. Onderzoek laat zien dat veehouders zelf veel luchtwegaandoeningen hebben zoals astma en COPD als gevolg van hoge blootstelling aan micro-organismen en bacteriële endotoxinen in het stalstof. Luchtmetingen rond intensieve veehouderijen lieten verhoogde endotoxineniveaus zien, en toonden MRSA en andere resistente bacteriën aan rond veehouderijen, met name varkenshouderijen. Ondanks de bezorgdheid hierover is er weinig bekend over gezondheidseffecten bij omwonenden van intensieve veehouderijbedrijven. Een aantal studies suggereert dat effecten op de luchtwegen meer voorkomen bij omwonenden en bij kinderen die in de nabijheid van een grootschalige varkenshouderij op school zitten. Ook leek de aanwezigheid van een grote varkenshouderij samen te hangen met een verlaging van de kwaliteit van leven.
Op dit moment loopt oriënterend onderzoek in Nederland gefinancierd door de Ministeries van Volksgezondheid en van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie naar blootstelling aan fijnstof en daarin aanwezige micro-organismen in gebieden met intensieve veehouderij in Brabant en Limburg. Daarnaast wordt gekeken naar aantallen veehouderijbedrijven en dieren rond woningen in relatie tot astma bij bewoners. Gegevens over astma werden verkregen via registraties van huisartsenpraktijken. Met deze gegevens kan echter geen onderscheid worden gemaakt tussen bestaande astma en de verergering van astma. Bovendien zijn geen gegevens beschikbaar over roken, opgroeien op de boerderij, woonhistorie, diercontact en objectieve gezondheidsvariabelen zoals longfunctiemetingen en atopie. Voorgesteld wordt om het verband tussen luchtwegklachten en blootstelling aan intensieve veehouderij te analyseren bij 20,000 personen. De deelnemers worden geworven binnen een groot prospectief cohortonderzoek met uitgebreide informatie beschikbaar over luchtwegklachten, woonhistorie, roken en andere mogelijk verstorende variabelen. Longfunctie en allergische sensibilisatie worden bepaald in een dwarsdoorsnede onderzoek onder 2,500 personen afkomstig uit landelijke gebieden. Een subpopulatie van 100 personen met astma die mogelijk meer gevoelig zijn voor de effecten van blootstelling en 50 controlepersonen zal gedurende enkele periodes van 2 weken worden gevolgd om verbanden tussen verergeren van luchtwegklachten, vermindering van longfunctie en pieken in luchtverontreiniging afkomstig van veehouderijen te onderzoeken. De blootstelling wordt in kaart gebracht middels Geografische Informatie Systemen (GIS) modellering op basis van reeds beschikbare informatie over veehouderijbedrijven en metingen aan fijnstof (PM10), endotoxine, en microbiële blootstelling voor enkele micro-organismen. De relatie tussen bedrijven- en dierendichtheid rondom woningen van deelnemers en de respiratoire gezondheid wordt geanalyseerd. Naar verwachting zal dit onderzoek een belangrijke rol kunnen spelen in de besluitvorming rond de toekomst van de intensieve veehouderij.

Abstract

Although the number of farms in the Netherlands has been declining for decades, the total number of animals is still increasing and large-scale, intensive animal farming is growing. There is an ongoing debate over the risks and benefits of increasingly intensive animal production in The Netherlands. Concerns about public health risks continue to increase, in particular related to outbreaks of infectious diseases such as Q-fever. Respiratory health effects as a result of deleterious farm emissions is another community health concern raised by general practitioners in areas with high animal densities. Despite these concerns, there is a lack of scientific evidence on this topic. Exposure gradients are present around animal farms for particulate matter (PM10) and microorganisms, and a few studies in Germany and the United States show some indication of an increased respiratory health risk among neighboring residents and among children attending schools located near intensive swine farms. However, most studies estimated exposures at community level instead of using individual estimates. Moreover, the effect of farm emissions may be more noticeable among patients with pre-existing lung diseases, but susceptible subgroups have not been investigated.
The proposed project will explore whether environmental exposure to animal farm emissions in the Netherlands poses respiratory health risks among neighboring residents. The key objectives are: 1) To study associations between farm exposures and respiratory health in a population sample of individuals living at different distances of animal farms, and in areas with different animal densities, and 2) To study changes in lung function, respiratory symptoms, and respiratory medication use over time in association with temporal changes in farm exposures in a subsample of individuals with asthma, since farm exposures may worsen existing asthma instead of causing the disease.
A cross-sectional survey will assess associations between farm exposure variables and respiratory health (symptoms, lung function, and atopic sensitization) in a random rural population sample of 2,500 subjects. The random population sample will be drawn from a prospective cohort study among 20,000 subjects which has information on respiratory health and which is selected from the national general practitioner network which has morbidity information allowing analyses of potential selection bias. A longitudinal panel study will assess short-term changes in respiratory symptom experience, peak expiratory flow, and medication use among 100 asthmatics and 50 control subjects in relation to meteorological conditions that are related to high exposure levels to farm emissions. The project is innovative with regard to the exposure assessment approach: it combines individual exposure estimation using Geographic Information Systems data, and validation using intensive measurement series of PM10, endotoxin, and specific microorganisms. A medical evaluation of participants will ensure high quality of respiratory endpoints. Results are expected to be used in policy making processes in the Netherlands and likely also abroad, and will have an impact on how we will have to deal with animal husbandry in highly urbanized areas.

  • Bedrag:
    250.000,00
  • Looptijd:
    4 jaar, 6 maanden en 15 dagen
  • Soort subsidie:
    Research Project
  • Andere aanvragers/partners:
    Dr I.M. Wouters
    Mevrouw Dr L.A.M. Smit
  • Projectnummer:
    3.2.11.022