Trends in childhood

  • Naam promovendus: Mevrouw D. de Korte-de Boer
  • Instituut Universiteit: Dianne de Korte-de Boer
  • Datum van promotie: 01-10-2015
  • Proefschrift afgesloten

Het onderzoek dat in dit proefschrift beschreven wordt komt voort uit een langdurige samenwerking tussen de Universiteit Maastricht en de GGD Zuid-Limburg. In een later stadium is ook Orbis Jeugdgezondheidszorg betrokken bij dit onderzoek. De doelstellingen van dit onderzoeksproject waren:
1) het beschrijven van trends in de prevalentie (het vóórkomen) van luchtwegklachten en atopische aandoeningen tussen 1989 en 2010 bij schoolkinderen in de regio ‘de Westelijke Mijnstreek’
2) onderzoeken of het gebruik van medicatie en/of veranderingen in de prevalentie van overgewicht deze trends kan verklaren
3) onderzoeken of groeipatronen in de eerste drie levensjaren de ontwikkeling van astma(symptomen) en overgewicht kunnen verklaren.
Daarnaast diende dit onderzoeksproject als voorbeeld hoe routinematige verzamelde gegevens in de jeugdgezondheidszorg gebruikt kunnen worden voor wetenschappelijk onderzoek.

Astma en atopische aandoeningen (eczeem, allergisch astma en hooikoorts) zijn de meest voorkomende chronische ziekten bij kinderen in westerse landen. Ook overgewicht en obesitas bedreigen de gezondheid van veel kinderen. Deze aandoeningen zijn daarom belangrijke thema’s voor jeugdgezondheidszorg in Nederland.
Het onderzoek dat in dit proefschrift beschreven wordt komt voort uit een langdurige samenwerking tussen de Universiteit Maastricht en de GGD Zuid-Limburg. In een later stadium is ook Orbis Jeugdgezondheidszorg betrokken bij dit onderzoek. De doelstellingen van dit onderzoeksproject waren:
1) het beschrijven van trends in de prevalentie (het vóórkomen) van luchtwegklachten en atopische aandoeningen tussen 1989 en 2010 bij schoolkinderen in de regio ‘de Westelijke Mijnstreek’
2) onderzoeken of het gebruik van medicatie en/of veranderingen in de prevalentie van overgewicht deze trends kan verklaren
3) onderzoeken of groeipatronen in de eerste drie levensjaren de ontwikkeling van astma(symptomen) en overgewicht kunnen verklaren.
Daarnaast diende dit onderzoeksproject als voorbeeld hoe routinematige verzamelde gegevens in de jeugdgezondheidszorg gebruikt kunnen worden voor wetenschappelijk onderzoek.

Deel 1: Prevalentietrends de ‘Astma Monitor Westelijke Mijnstreek’
Voor de eerste drie artikelen uit dit proefschrift werd gebruik gemaakt van gegevens van de ‘Astma Monitor Westelijke Mijnstreek’. De GGD Zuid-Limburg heeft tussen 1989 en 2010 gegevens verzameld over het vóórkomen van luchtwegklachten en atopische aandoeningen bij schoolgaande kinderen in de Westelijke Mijnstreek door middel van herhaalde, cross-sectionele vragenlijstonderzoeken. Elke vier à vijf jaar vond een peiling plaats onder alle kinderen die in dat jaar in aanmerking kwamen voor een Periodiek Gezondheidsonderzoek (PGO) bij de GGD.
In Hoofdstuk 2 onderzochten we of een in eerder onderzoek aangetoonde daling in de prevalentie van luchtwegklachten onder 8- tot 11-jarigen (tussen 1989 en 2001), doorzette tussen 2001 en 2010. Dit bleek niet het geval: het percentage kinderen met luchtwegklachten daalde in deze periode niet significant (7.4% in 2001, 8.7% in 2005 en 6.2% in 2010). Ook de prevalentie van eczeem en astma (diagnose) in de regio bleef in de periode 2001-2010 stabiel. De prevalentie van hooikoorts leek te stijgen van 8.4% naar 12.3% in zowel 2005 als 2010, maar dit is zeer waarschijnlijk een effect van een hogere gemiddelde leeftijd in de groep kinderen in 2005 en 2010.
In de jaren ’90 werden inhalatiecorticosteroïden voor de behandeling van astma bij kinderen geïntroduceerd. Deze medicatie zorgt voor een betere controle van astmaklachten, maar kan astma niet genezen. Dit kan tot gevolg hebben dat in vragenlijstonderzoek astmasymptomen minder vaak gerapporteerd worden, waardoor de prevalentie van de ziekte ogenschijnlijk afneemt, terwijl de onderliggende ziekte in werkelijkheid nog wel aanwezig is. In Hoofdstuk 3 onderzochten we of de in eerder onderzoek aangetoonde daling in de prevalentie van luchtwegklachten verklaard kan worden door veranderingen in medicatiegebruik. Over de periode 1989-2005 konden we dit niet aantonen. Het lijkt er dus op dat het voorkomen van luchtwegklachten niet gemaskeerd wordt door medicatiegebruik, maar dat het in werkelijkheid is afgenomen.
Terwijl de prevalentie van astma en astmasymptomen bij schoolgaande kinderen in de Westelijke Mijnstreek afnam en daarna stabiliseerde, neemt de prevalentie van overgewicht en obesitas in deze populatie nog altijd toe. Dit lijkt een verband tussen astma en overgewicht tegen te spreken, terwijl een dergelijk verband uitgebreid beschreven wordt in de wetenschappelijke literatuur. Desondanks vonden we in Hoofdstuk 4 dat in alle peiljaren tussen 1993 en 2010 kinderen met een hogere body mass index (BMI) vaker astmasymptomen en een astmadiagnose hadden. Er zijn veel verschillende factoren van invloed op het voorkomen van astma en overgewicht. We hebben in meer detail onderzocht wat het effect van blootstelling aan omgevingstabaksrook op de prevalentietrends van astma en overgewicht zijn; blootstelling aan tabaksrook was gerelateerd aan het vaker voorkomen van zowel astma als overgewicht. Het percentage kinderen dat thuis blootgesteld wordt aan tabaksrook is in onze studiepopulatie sterk gedaald van 49.1% in 1993 naar 13.9% in 2010. Deze daling zou de afname in astma(symptomen) in onze populatie kunnen verklaren, maar verklaart niet waarom overgewicht nog blijft toenemen. Waarschijnlijk hebben andere factoren, zoals fysieke activiteit en voedingsinname een grotere invloed op overgewicht dan de blootstelling aan omgevingstabaksrook. Indien de blootstelling aan omgevingstabaksrook niet verder daalt en overgewicht blijft toenemen, bestaat de mogelijkheid dat de prevalentie van astma in de toekomst weer gaat stijgen.

Deel 2: Groei in de eerste levensjaren de ‘LucKi Birth Cohort Study’
In Hoofdstuk 5 wordt de achtergrond en de aanpak van de ‘LucKi Birth Cohort Study’ beschreven. LucKi is de opvolger van de Astma Monitor Westelijke Mijnstreek, waarin kinderen die onder het bereik van de jeugdgezondheidszorg in de regio vallen vanaf de geboorte gevolgd worden. Met behulp van vragenlijsten en gegevens uit de jeugdgezondheidszorgregistratie, aangevuld met informatie van apotheken, huisartsen en ziekenhuizen, worden ontwikkelingen in groei, welzijn, ziekte en gezondheid van een grote en groeiende groep kinderen en adolescenten in kaart gebracht. Gedurende de kinderjaren ligt de nadruk op atopische aandoeningen en overgewicht. Uiteindelijk zullen LucKi onderzoekers over een rijke gegevensverzameling beschikken waarmee actuele onderzoeksvragen vanuit de zorg- en beleidspraktijk beantwoord kunnen worden.
In Hoofdstuk 6 onderzochten we de relatie tussen groei(snelheid) en het ontwikkelen van astmasymptomen en overgewicht met behulp van de gegevens van kinderen die binnen LucKi tot en met 3 jaar werden gevolgd. We vonden dat een hoger geboortegewicht en een hogere gewichts- en BMI-toename op 3-jarige leeftijd een hogere kans op overgewicht met zich meebrachten, maar geen relatie vertoonden met astmasymptomen. Een snellere lengtegroei was op 3-jarige leeftijd juist gerelateerd aan een hogere kans op astmasymptomen, maar niet op overgewicht. Dit betekent dat groeisnelheid in de eerste levensjaren niet kan verklaren hoe astma en overgewicht samenhangen.

Algemene discussie
In Hoofdstuk 7 van dit proefschrift worden de belangrijkste bevindingen samengevat en bediscussieerd tegen de achtergrond van bestaande wetenschappelijke literatuur en methodologische sterke en zwakke punten. Ook worden aanbevelingen gedaan voor toekomstig wetenschappelijk onderzoek en implicaties voor de jeugdgezondheidszorgpraktijk besproken. Daarnaast beschrijven we in dit hoofdstuk onze ervaringen met het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek in de praktijk van de jeugdgezondheidszorg.
De dalende en stabiliserende prevalentietrends van astma, eczeem en hooikoorts in de Westelijke Mijnstreek zijn geruststellend voor de publieke gezondheidszorg. Echter, aangezien het grotendeels onduidelijk is welke factoren deze trends verklaren, is er vervolgonderzoek nodig om de complexe relatie tussen alle factoren die van invloed zijn op astma, atopische aandoeningen en overgewicht. Pas als de rol van beschermende en risicofactoren duidelijker wordt, kunnen we gerichte preventie- en interventiemaatregelen gaan ontwikkelen. In de tussentijd richt jeugdgezondheidszorg in Nederland zich op het verminderen van blootstelling aan omgevingstabaksrook en het bevorderen van borstvoeding, met name bij kinderen die een hoger risico op astma en atopische aandoeningen hebben. Op basis van onze bevindingen, bevelen we aan dat ook kinderen met overgewicht van deze preventieve maatregelen kunnen profiteren.
Onderzoek doen in de praktijk van de jeugdgezondheidszorg heeft voor- en nadelen. De maatschappelijke impact van het onderzoek is hoog omdat actuele onderzoeksvragen vanuit de praktijk beantwoord kunnen worden en studieresultaten direct geïmplementeerd kunnen worden. Niettemin liggen er in de dynamische zorgpraktijk uitdagingen voor de methodologie van het onderzoek; veranderingen in logistiek en zorgstructuur compliceren het onderzoek en bovendien zijn gegevens die verzameld worden ten behoeve van de zorg niet vanzelfsprekend geschikt voor onderzoeksdoeleinden. Digitalisering van gegevens schept de mogelijkheid om zeer efficiënt gebruik te maken van de verzamelde data, maar het is van cruciaal belang om zorgverleners te trainen in het systematisch registreren van gegevens en om een systematisch onderzoeksinstrument toe te voegen aan bestaande registraties. Wederzijds begrip tussen onderzoekers en zorgverleners is de sleutel tot een succesvolle en bestendige samenwerking.

Voortgekomen uit onderzoek 8.1.15.068